Vandaag heb ik een start gemaakt met het daadwerkelijk vormgeven van allerlei onderwerpen waarmee ik al langer bezig ben. Wat bedoel ik met dat vormgeven? Hiermee bedoel ik het volgende.
Gedurende dit schooljaar ben ik met allerlei projecten en onderwerpen aan de slag gegaan. In eerste instantie lijken dit allemaal projecten en onderwerpen die los van elkaar staan. Collega’s verwoorden het ook wel eens zo: “Riaan, jij bent met zoveel dingen tegelijk bezig”. Wat daar soms nog achteraan komt: “Hoe houd jij dat overzicht?”.

Het klopt, ik ben met allerlei zaken tegelijk bezig en in mijn hoofd probeer ik dat overzicht te houden. Dat lukte tot nu toe aardig, maar mijn hoofd begint vol te raken met zaken die ik eigenlijk niet mag vergeten. Tijd dus, om die zaken ergens anders neer te zetten en mijn hoofd weer ruimte te geven voor creativiteit. Ik merkte het gisteren al: Ik heb heel veel inspiratie om veel dingen te doen, maar daardoor wordt het nu even chaos in m’n hoofd en belemmer ik mezelf.

Waar ben ik dan afgelopen periode zo mee bezig geweest?

  1. Het project ‘Een Leven Lang Leren’. vanuit dit project heb ik een deelproject dat zich richt op het samenwerken tussen lerenden, onder andere met behulp van een mogelijk nieuwe digitale studeer- en werkomgeving (DSWO). Gaandeweg het proces ontdekten deelnemers aan dit proces (inclusief mezelf) dat dit geen traditionele dswo hoeft en misschien zelfs kan zijn. In één zin samengevat: Maak vooral handig gebruik van (gratis) samenwerkingstools.
  2. Het project ‘Digitale Campus’, een project waarin nadruk wordt gelegd op het gebruiken van ‘activerende werkvormen’ tijdens lesgebonden uren en het ‘studeren’ (o.a. bestuderen van theorie) op andere plaatsen.
  3. De aansluiting van de Hogeschool Zeeland op SurfConext, een online samenwerkingsplatform. Technisch heb ik niets met deze aansluiting te maken. Waar ik wel mee aan de slag ben gegaan is het bekijken van de verschillende applicaties die zorgen voor samenwerking. De volgende stap is, dat docenten pilots gaan draaien om te bekijken welke applicaties daadwerkelijk het onderwijs ondersteunen. Dit heeft dus eigenlijk een directe relatie met punt 1 en 2.  
  4. De aanpassingen in het curriculum van de pabo. Deze aanpassingen zijn vooral gericht op het verminderen van het aantal kleine korte opdrachten en daarmee logboeken die studenten moeten maken en inleveren en die vervolgens door docenten moeten worden nagekeken. Hiervoor in de plaats komt het digitaal portfolio, waarin de student steeds meer zelf verantwoordt dat hij bepaalde competenties beheerst.
  5. Deelname aan de werkgroep flexibilisering, onderdeel van het project ‘Een leven Lang Leren’. Hierover later meer.
  6. Gastlessen tijdens de cursus ‘pedagogisch didactische aantekening’, waarin op basis van de theorie over ‘activerende werkvormen’ wordt ingegaan op welke wijze een dswo kan bijdragen aan het dusdanig organiseren van je onderwijs, zodat je tijdens de lesgebonden uren, ook daadwerkelijk activerende werkvormen kunt toepassen, leerproblemen van studenten kunt signaleren, en hen kunt begeleiden die leerproblemen op te lossen.
  7. Het zelf volgen van de cursus ‘Pedagogisch Didactische  Aantekening’. Bij het afronden van deze cursus en de reflecties die ik daarvoor mag aanleveren, kom ik erachter dat ik eigenlijk ongelofelijk veel heb geleerd over mijn eigen handelen in onderwijs en dat ik zelf nog niet altijd toepas, wat ik anderen verkondig/adviseer te doen om hun onderwijs boeiend te maken. Kortom, een blinde vlek, die ik nu ken en ik nu kan wegpoetsen. In eerdere artikelen op dit weblog (niet allemaal toegankelijk voor de hele wereld, omdat ik sommige delen van mijn ontwikkeling lekker voor me houd, maar wel van belang vind om op te schrijven) ben ik hierop dieper ingegaan.  
  8. Het lezen van het boek Society 3.0, van Ronald van den Hoff. Op alleen de inhoud van het boek  ga ik op dit weblog sowieso niet in (lees het boek maar lekker zelf, het is de moeite waard). Op de manier waarop ik onderwerpen uit dit boek kan toepassen in het onderwijs van morgen, overmorgen en de verdere toekomst, kom ik ongetwijfeld in een later artikel nog terug.
  9. Het lezen van het boek ‘De dans der verandering’, Peter Senge. De kracht om te kunnen veranderen, te kunnen leren is dit niet alleen te doen, maar gelijkgestemden te vinden/te maken. Dat betekent luisteren naar elkaar en samen verder komen, het draagvlak voor en daarmee het effect van een verandering te vergroten.  

Al deze punten samengevat: Er is nogal wat overlap. De nadruk ligt bij alle punten op het voor jezelf betekenis willen geven van kennis, ervoor zorgen dat kennis ook daadwerkelijk iets is, wat jij voor je eigen leven kunt en mag gebruiken. En houd je die betekenis gegeven kennis dan voor jezelf? Nee, je deelt het juist met anderen, vaak online.  Hierdoor kunnen anderen leren van jou en jij weer van anderen, omdat die anderen hun invalshoeken weer geven en jij daardoor ook weer betekenis geeft. Wordt dat bedoeld met de term onderwijs 2.0? Ik denk het en ga het wat gestructureerder vormgeven. Later meer.

Advertenties

Over Riaan Lous

@riaanlous is ecologisch pedagoog en werkt bij HZ University of applied science. Hij is daar onderwijsadviseur en -ondersteuner bij de Delta Academy, Academie voor Technologie & Innovatie en docent aan de pabo.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s