Vrijdagochtend, ik drukte m’n iPad aan. Nieuwe notificatie op Yammer: “Waar kunnen we je vanmiddag vinden? Kom erachter dat ik je mobiele nummer niet heb. Jij wel het mijne?”.

Die middag had ik een afspraak met twee mensen van buitenaf. Onderwerp van gesprek zou het inzetten van media in het onderwijs zijn. Een van deze mensen was erg vroeg en had zich netjes bij de receptie gemeld als zijnde mijn bezoek. Na enige minuten ontmoette ik mijn gaste en samen wachtten we, zitten bij de centrale receptie nog even op mijn tweede gast, een jonge man, met de leeftijd van die van mijn studenten. Deze jongeman had wat vertraging had met de trein, maar kon ieder moment aankomen.

Na een aantal minuten zagen we hem redelijk gehaast over het schoolplein komen aanlopen, wellicht wat angstig dat hij te laat zou zijn en ons niet zou kunnen vinden. Mijn gaste en ik stelden elkaar dezelfde vraag: “Wat gaat hij nu doen? Meldt hij zich bij de balie van de receptie, of pakt hij zijn smartphone en neemt hij direct contact met ons op?” Beiden dachten we het laatste. We besloten dat dit een aardig experimentje was in het kader van het onderwerp waarover zouden gaan spreken: Jongeren en mediagebruik.

En zo geschiedde. De jongeman in kwestie rommelde al haastig lopend over het schoolplein in zijn tas, haalde zijn smartphone eruit en tikte ons directe nummer in. Vervolgens liep hij naar binnen, hield netjes de deur voor iemand anders open, negeerde de centrale receptie aan zijn rechterzijde en liep naar een hoge tafel aan zijn linkerzijde en stopte daar, niet vermoedend dat wij bij de receptie zaten. De smartphone van mijn andere gaste liet een ringtone horen, maar, we namen niet op.

Nogmaals ging de smartphone over, we liepen naar hem toe en bleven achter hem staan. Nog geen reactie. Uiteindelijk merkte hij dat we achter hem stonden, draaide zich om en zei: ‘O, dat is snel’.

We vroegen hem of hij de centrale receptie niet had gezien. Hij antwoordde: “Jawel, ver in m’n ooghoeken, maar ik had toch alle informatie die ik nodig heb om jullie te vinden?” Tja, daar heb je een punt. Al schrijvend komen er nogal wat vragen in me op. Ben je in een dergelijke situatie doelgericht bezig met je mobieltje, of ben je er zo mee bezig dat je je eigenlijke doel (in dit geval het ons ontmoeten) uit het oog verliest?Hoe ziet deze onderwijsinstelling er over tien jaar uit? Hebben we nog wel een centrale receptie bij de hoofdingang? En als dat zo is, voor wat hoef je daar nog te zijn? Gebruiken we niet gewoon allemaal een foursquare-achtige omgeving om te laten zien waar we in het gebouw zijn, een omgeving die voor het persoonlijke netwerk van ieder individu zichtbaar zijn? Is dat dan een digitale campus? Maar ook onderwijsvragen: Helpen deze apparaten studenten nou echt goed om doelgericht van elkaar te leren en te werken aan opdrachten? Focussen lukt blijkbaar heel goed (dat doet me overigens denken aan die specifieke scene uit de film ‘The social network’). En, als je naar deze situatie kijkt: focus je dan niet zoveel dat je het eigenlijke doel (in dit geval misschien wel letterlijk) uit het oog verliest? Sluit je niet veel invalshoeken/oplossingsrichtingen uit, die wellicht makkelijk voor het pakken zijn? Allemaal vragen waarop ik op dit moment geen antwoord kan geven. Het is in ieder geval stof tot nadenken en een onderwerp dat we in het onderwijs niet zomaar uit het oog mogen verliezen.

Zo, dan ga ik nu eerst maar eens naar de receptie, ik ben m’n medewerkerspas weer eens vergeten bij de koffie-automaat en ik denk dat die netjes aan de balie is afgegeven.

Advertenties

Over Riaan Lous

@riaanlous is ecologisch pedagoog en werkt bij HZ University of applied science. Hij is daar onderwijsadviseur en -ondersteuner bij de Delta Academy, Academie voor Technologie & Innovatie en docent aan de pabo.

Eén reactie »

  1. Mariska de Bat schreef:

    Tja, het is en blijft toch echt een ondersteunend middel naar mijn mening… Leren is een sociaal interactief proces en daarvoor schiet zo’n beeldschermpje tekort. Net zoals de apen graag vlooien en gevlooid worden, wil ik graag mijn collega’s zien, horen, ontmoeten… Alleen zo verwerk ik informatie optimaal, weet ik wat ik aan de ander heb (en wij aan elkaar hebben), welke belangen er spelen (die ik over het hoofd zag of zie), oplossingsrichtingen, etc.

    Ik moet er niet aan denken dat mijn werkgever straks voorstelt om maar zoveel mogelijk thuis te gaan werken… Of dat ik gebruik maak van video-conferencing zonder duidelijk te weten wie die ander is (met welke bijbehorende kennis, belangen, etc.)… oftewel: ik mis het ‘gevlooi’;

    Wanneer ik trouwens door mijn mailbox/sms scroll, zie ik dat het merendeel van de inhoud van informerend of sociale aard is. Vrijwel aan ieder mailtje/sms/twitterbericht zit een ‘vlooiafspraak’ gekoppeld. Gelukkig maar!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s