In mijn vorige blogpost gaf ik aan, dat bij de leerkrachten een enorme flow ontstond. Iedereen was goed bezig, had een eigen ontwerp gemaakt voor lesactiviteiten en vertelde enthousiast over hoe dit gelopen was. De laatste stap die in het kader van het project ‘Leren voor het leven’ gezet moet gaan worden, is dat iedere leerkracht een case-study schrijft van zijn eigen ervaringen. Hiermee laat iedereen zien wat hij heeft gedaan en wat dat heeft opgeleverd. Het doel is dat anderen, in eerste instantie collega’s binnen de scholen van deze leerkrachten, zichzelf kunnen laten inspireren door deze zes leerkrachten.

Ervaringen
Toen mijn collega, projectleider binnen onze regio vertelde dat iedere leerkracht een case-study zou gaan schrijven, kreeg ik even de indruk dat niet iedereen dit even gemakkelijk zou gaan vinden. Want wat schrijf je op, waarmee begin je? Het leek niet direct een eenvoudig opgave, zeker niet binnen een tijd van vijf weken, met ook nog eens twee vakantieweken (meivakantie) in het basisonderwijs. Het moet in ieder geval iets zijn, waarin de eigen ervaringen goed boven tafel komen. Een mooi moment om ook mijn eigen masteronderzoek in het project te fietsen. Van begin af aan, heb ik deelgenomen aan de professionele leergemeenschap. Regelmatig bevroeg ik, net als mijn collega die de leergemeenschap leidde, de leerkrachten op allerlei ervaringen. Vaak ook zat ik te typen. Ik typte zo letterlijk mogelijk wat de leerkrachten op dat moment aan ervaringen vertelden. Iedere bijeenkomst weer, scherpten ze hun ervaringen aan, er ontstond steeds meer een verhaal. Doordat ik die per bijeenkomst achter elkaar zette, leek het wat fragmentarisch, dus ik besloot alle ervaringen van iedere afzonderlijke leerkracht achter elkaar te zetten.

Theoretisch kader
In de tussentijd begon ik met mijn theoretisch kader. Ik startte met datgene waarmee ook het project startte, namelijk met ‘Het kind en de grote verhalen‘. Van daaruit verdiepte ik me in achterliggende theorie, namelijk die van Pollefeyt (2004). De invalshoek was op dat moment vooral levensbeschouwelijk. Tegelijkertijd gaven de leerkrachten aan dat ze niet altijd ‘wisten wat ze moesten doen’, ze hadden een handelingsverlegenheid, hoewel ze onbewust toch veel deden. Via de term ‘pedagogische sensitiviteit’, vanuit de masteropleiding vaak genoemd, kwam ik bij ‘Weten wat te doen, wanneer je niet weet wat te doen (Van Manen, 2014). Van daaruit werd de koppeling gelegd naar de functies van onderwijs die Biesta (2012) noemt.  Vanuit de functie ‘subjectvorming’ kwam ik bij de term Bildung en kreeg ik van mijn coach van de opleiding ‘En denken… bildung voor leraren’ (Van Stralen en Gude, 2012) in mijn handen gedrukt. Het theoretisch kader werd gevormd en regelmatig hoorde ik aanknopingspunten tijdens de professionele leergemeenschap. Die aanknopingspunten waren vervolgens de achtergrond van mijn vragen aan de leerkrachten.

En dan gaan interviewen
Door de case-study die de leerkrachten moeten schrijven én de vragen in hun ogen (“Hoe moet ik daarmee beginnen?”)  werd het idee geopperd om het interview dat ik voor het onderzoek (min of meer verplicht vanuit de opleiding :-)) zou gaan houden, hulp zou moeten kunnen bieden voor de leerkrachten, om hun case-study te beschrijven. Ik bedacht een aantal topics, waarop ik hen zou bevragen. In overleg met mijn HZ-collega tevens projectleider én één van de onderzoekers vanuit het project, werd het aantal topics terug gebracht tot de drie rollen die Pollefeyt noemt. Deze rollen zouden vervolgens vanuit drie verschillende invalshoeken worden bevraagd, namelijk:

  1. Op welke wijze is de levensbeschouwelijke achtergrond van de leerkracht van invloed op zijn invulling van de drie rollen?
  2. Op welke wijze wordt de omgang met de leerlingen vanuit de verschillende rollen ingevuld? (die lijken één op één te matchen met de onderwijsfuncties die Biesta noemt)
  3. Op welke wijze draagt de leerkracht vanuit de drie rollen bij aan de levensbeschouwelijke ontwikkeling van de kinderen?

Het interviewen kan beginnen, in acht dagen langs drie scholen, zes leerkrachten en vragen maar. En daarna? Dan gaan de bandopnames naar de leerkrachten ter ondersteuning aan het schrijven van de cases, en ga ik in de meivakantie mijn onderzoeksgegevens analyseren. Meer vliegen, één klap.

Advertenties

Over Riaan Lous

@riaanlous is ecologisch pedagoog en werkt bij HZ University of applied science. Hij is daar onderwijsadviseur en -ondersteuner bij de Delta Academy, Academie voor Technologie & Innovatie en docent aan de pabo.

Eén reactie »

  1. […] In mijn vorige blogpost gaf ik aan, dat bij de leerkrachten een enorme flow ontstond. Iedereen was goed bezig, had een eigen ontwerp gemaakt voor lesactiviteiten en vertelde enthousiast over hoe di…  […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s