“Youssef, Nienke, delen jullie de boeken voor aardrijkskunde uit? Goed, ok, jongens doe je boek maar open op pagina 38. Lars, begin maar te lezen”.

Zomaar een schijnbaar willekeurige zin die een leerkracht in het basisonderwijs kan zeggen. Nu kom ik op redelijk wat basisscholen en deze zin hoor ik helaas ook echt met de regelmaat van de klok.

Met steeds meer moeite hoor ik deze zin aan en zie ik toe dat een prachtig onderwerp als ‘sluizen’ wordt omgetoverd tot een les technisch lezen. Lars leest de tekst, ziet de foto van de sluizen in Maasbracht, en is met zijn gedachten ergens anders. Hij struikelt af en toe over een moeilijk woord. De leerkracht verbetert het fout uitgesproken woord en Lars mag de alinea verder af lezen. “Goed, ga maar verder met lezen Kyana”.

En het gaat verder. Nadat een aantal kinderen het hoofdstuk heeft afgelezen, is er nog ruimte om een vraag te stellen, voornamelijk over woorden die je als kind niet kent. Daarna mag je zelfstandig de opdrachten gaan maken in het werkboek. “Zelfstandig, dus ik hoor niemand praten”.

Moeite heb ik ermee, steeds meer. Waarom? Om een aantal redenen. Ik zie kinderen tijdens het lezen bezig zijn met andere dingen. Soms hebben ze wellicht met het onderwerp te maken, soms ook niet. Met een potlood en een gum spelen. De blik die het kind uitstraalt, doet vermoeden dat hij de les op dat moment saai vindt. Ook kan ik me voorstellen dat wanneer je echt wilt leren van datgene wat in de tekst staat, dat je dat in je eigen snelheid leest, en niet steeds wordt opgehouden door een ander kind. Ik vind dat vergelijkbaar met het voorlezen van de vragen tijdens de IQ-test op TV. Door de presentator word ik meer afgeleid van de vragen, dan dat ik me erop kan concentreren.

Ach, die Lars. Hij was afgelopen zomer zelf in Maasbracht bij het sluizencomplex. De foto in het boek is volgens hem hopeloos verouderd. De omgeving van dat sluizencomplex ziet er inmiddels heel anders uit, dat heeft hij gezien. Door de foto in het boek raakte hij in de war. Had hij vooraf geweten dat de les vandaag over sluizen zou gaan, dan had hij zijn eigen foto’s die hij op zijn Nintendo DS heeft gemaakt, kunnen meenemen.

Autonomie en exploratie,  dat zijn enkele basisbehoeftes voor leerlingen die hier niet worden aangesproken. Het zijn basisbehoeftes die bij mijzelf hoog in het vaandel staan. Zelf wil ik, binnen enkele vastgestelde kaders, zoveel mogelijk de ruimte en eigen verantwoordelijkheid om me te kunnen ontwikkelen.

In zijn artikel ‘blind vertrouwen in eigen kunnen – Kleine antropologie en fenomenologie van het ‘onderwijzen’ noemt Karel Mulderij dat onderwijs juist autonomie-bevorderend zou moeten zijn en dat kinderen zelf op ontdekking gaan naar en in de wereld. Maar ja, hoe ga je dat bewerkstelligen in een klas met dertig kinderen? Je kunt  tijdens de schooluren moeilijk ieder kind maar overal heen sturen, de wereld in.

Toch kun je al een heel eind komen door te starten in hun eigen wereld, het nu. Zorg dat je weet wat hun vertrekpunt is en probeer dan tegemoet te komen aan de autonomie en exploratie van kinderen. Zorg ervoor dat kinderen actief betrokken zijn bij de inhoud én de organisatie van de les. Bales geeft in zijn leerpiramide aan welk soort activiteiten de betrokkenheid verhogen: “Het meest leren we van wat we ervaren en aan anderen uitleggen”.

Als je dat wilt, moet je op een gegeven moment tegen de kinderen in je klas zeggen: “Zoek het toch lekker zelf uit!”

Op dit moment wordt veel gediscussieerd over wat belangrijke vaardigheden in deze eenentwintigste eeuw zijn. In de whitepaper ‘21st Century Skills in het Onderwijs’ wordt aangegeven dat leren in de kennissamenleving, waarin we ons nu bevinden, goed kan gebeuren door nieuwe informatie en inzichten te combineren met wat je zelf al weet.

Computers en internet bieden hiervoor  laagdrempelige mogelijkheden, die wat mij betreft nog veel beter mogen worden uitgebuit. Met deze mogelijkheden haal je de wereld binnen en kun je tevens van binnenuit laten zien waarmee je bezig bent. De wereld binnen te halen door bijvoorbeeld een oproep via twitter te doen aan mensen in het hele land om in maximaal twee tweets te vertellen wat het mooiste is aan hun provincie, dat te inventariseren en daarmee later een geweldige presentatie voor klasgenoten maken. Ik had zo’n tweet in mijn timeline en was direct enthousiast en heb direct gereageerd. Waarom? Omdat die kinderen op onderzoek uit gingen, op onderzoek naar wat er nu in de wereld gebeurt, wat er nu speelt en belangrijk is. De leerkracht bood de kinderen de ruimte: “Ga het onderzoeken, zoek het lekker zelf uit!” Ik vraag het me af: Hoeveel reacties met foto’s zouden er gekomen zijn als Lars of zijn klasgenoten een tweet hadden mogen sturen: “Hoe ziet het sluizencomplex #Maasbracht er vandaag uit? #dtv”

Met dit soort media kun je nu aan de wereld laten zien waarmee je bezig bent. Onlangs was ik op een basisschool die een Facebookaccount heeft. Tijdens de kinderboekenweek werd iedere dag een gedicht geplaatst. Thema, hoe kon het ook anders, was ‘Hallo Wereld’. Door dit als school te faciliteren, geef je kinderen alvast de ruimte, een realtime online podium om te laten zien wat ze kunnen en kun je nu op het kinderkunstwerk reageren, al is het maar door de knop ‘vind ik leuk’.

Dat is anders dan een gedicht op een blaadje mee naar huis te nemen, en het (al dan niet opzettelijk) te verliezen. Je geeft daarmee waarde aan het kunstwerk, erkent het kind in wat hij heeft gemaakt.

De directeur van desbetreffende basisschool had vooraf nagedacht over het gebruik van Facebook in de klas. Op zijn vraag aan mij hoe hij dit in de klas kon opstarten antwoordde ik vanuit de grond van mijn hart “Laat de kinderen dat lekker zelf uitzoeken”.
Later sprak de directeur me weer aan: “Riaan, het is nog hen nog gelukt ook, gaaf hè?” Ik stak mijn duim omhoog en zei: “Vind ik leuk”.

Riaan Lous

(deze column is één van mijn opdrachten voor het vak pedagogiek in het eerste leerdomein van de Master Ecologische Pedagogiek)

 

Advertenties

»

  1. glas0001 schreef:

    Ha Riaan,
    ik kan het niet meer met je eens zijn: autonomie en zelf exploratie: zo belangrijk. Een rijke leeromgeving waarin kinderen en hun leerkrachten nieuwsgierig mogen zijn en hun eigen vragen onderzoeken. Inzicht krijgen in samenhang en verbinding; samen leren ook door dialoog; echte vragen stellen. En ik ben er vanovertuigd dat dit alleen kan (nou ja…) als leerkrachten ook weer hun eigen professionele ruimte terug kirjgen /claimen om hun eigen autonomie te beleven. Professionaliteit kan gedijen in een klimaat van vertrouwen waarin verantwoordelijkheid afleggen vanzelfsprekend is.
    Groet!!!
    Marjan

  2. Riaan Lous schreef:

    Marjan, dankjewel voor je reactie. Je geeft mijns inziens goed aan waarom leerkrachten hier vaak niet aan toe komen. Inmiddels heb ik mijn eerste leerdomein gehaald. In mijn tweede leerdomein wil ik nog meer onderzoek gaan doen in de richting die jij noemt (overigens weet ik nog niet precies wat en waartoe, maar dat komt 🙂 ).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s